Eerste Trevi-mestverwerkingsinstallatie definitief vergund

(Varkensbedrijf, augustus 2001)


EERNEGEM - Eindelijk, varkenshouder Ivan Tolpe weet zijn jarenlange zoektocht naar een oplossing voor zijn drijfmestoverschot beloond. De Trevi-mestverwerkingsinstallatie waarmee hij sinds een jaar draait kreeg een vergunning voor een termijn van 20 jaar. Tolpe gaat zijn velden met de vloeibare restfractie beregenen. Ook wil de man zijn installatie uitbreiden.

Officieel vergund en VCM-gekeurd

We melden het reeds in onze juni-editie*: bij Ivan Tolpe zou er op korte termijn positief nieuws voor de sector te rapen zijn. De verlofperiode was nauwelijks ingezet toen een uitnodiging voor een persconferentie op het bedrijf Tolpe bevestigde wat we u toen reeds konden meegeven. Intussen is het dus helemaal officieel. Voor zijn mestverwerkingsinstallatie, een biologisch systeem op bedrijfsniveau door het bedrijf Trevi ontwikkeld en geïnstalleerd, verwierf Ivan Tolpe begin juli laatsleden een definitieve vergunning voor 20 jaar.

De man gaat daarbij niet over één nacht ijs. Vooreerst is de firma Trevi waar het biologische zuivering betreft lang niet aan haar proefstuk. De techniek heeft zich reeds bewezen in tal van sectoren. Met name waar het de zuivering van afvalwater betreft is de Trevi-aanpak inmiddels een begrip.

Ten tweede werd de techniek aangepast en heel specifiek uitgebreid getest voor het doel: de verwerking van varkensdrijfmest.

Twee jaar terug kon Trevi, toen mede onder impuls van het 5b-project Meetjesland, een eerste pilootinstallatie op punt stellen. De mestverwerkingfanaten onder ons lezers zullen zich ongetwijfeld ons verslag ter zake vanuit Maldegem** herinneren. Ter opfrissing: met de installatie werd toen dagelijks 1 m³ varkensmest verwerkt.

Tolpe geloofde blijkbaar sterk in het potentieel van de techniek. Een jaar terug nam hij dan ook een berekend risico. Hij investeerde in een installatie met een capaciteit van 7 m³ per dag. Al die tijd draaide de techniek met een proefvergunning. Die is nu dus omgezet in een vergunning voor 20 jaar.

Opmerkelijk is tevens dat het Trevi-mestverwerkingssysteem reeds per 31 januari van dit jaar met gunstig gevolg de prototypekeuring van het Vlaams Coördinatiecentrum voor Mestverwerking (VCM) doorliep en als eerste en voorlopig enige techniek, de zogenaamde ‘prototypekeuring’ verwierf. Die geeft, zoals reeds eerder uitgelegd, aan dat het systeem conform de geldende milieureglementering werkt, dat het duurzaam is en dat het geen hinder naar de omgeving veroorzaakt. De prototypekeuring is zonder meer een troef voor het opzetten van nog andere Trevi-installaties. Toch werd er destijds geen ruchtbaarheid aan gegeven.

"We hebben het zekere voor het onzekere genomen", verklaarde Trevi-directeur Stefaan Deboosere desbetreffend. "De installatie op het bedrijf Tolpe heeft zich inmiddels reeds 6 maanden in de praktijk bewezen. Nu kunnen we voluit gaan."

Nog steeds volgens Trevi zouden verschillende andere landbouwers en veevoederbedrijven reeds een bestelling geplaatst hebben.

Dunne fractie door biologisch proces

Even het principe van de techniek herhalen. Het proces begint met een scheiding. De drijfmest op het bedrijf Tolpe wordt middels een vijzelpers in een dikke (20%) en een dunne fractie (80%) gescheiden. Waarop de dunne fractie naar de reactor - in Maldegem een container tegen de zijgevel van een loods gebouwd - wordt gebracht. Waarna er afwisselend genitrificeerd en gedenitrificeerd wordt. Tijdens de nitrificatie wordt de materie belucht zodat de ammoniakale en organische stikstof door de aanwezige bacteriën omgezet wordt in nitraat. De denitrificatie verloopt zonder beluchting.

In dit deelproces wordt het nitraat omgezet in moleculaire stikstof. Die ontsnapt als een onschadelijk gas - de atmosferische lucht bestaat voor meer dan 79% uit stikstofgas - vrij uit het bekken.

De fosfor uit de mest wordt tijdens het proces in het slib opgeslagen; waarna de materie later, na nog eens een scheiding, bij de dikke fractie wordt gevoegd.

Dikke fractie door koude droging

De dikke fractie stuurt Trevi naar wat ir. Deboosere "een koude droging", een droging met condensatietechniek, noemde. Dit deelproces was op het bedrijf Tolpe evenwel nog niet te zien. Deboosere verklaarde echter "op korte termijn ook met deze techniek rond te zullen zijn." Een datum wou de man niet noemen. Uit de tekeningen die van de techniek geprojecteerd werden, konden we alvast leren dat het om een emissievrije technologie gaat die de dikke fractie herleidt tot een materie met een drogestofgehalte van 85 %.

"Een exporteerbare fractie", zoveel wist de directeur nog. Trevi heeft alvast een patent op het proces gevraagd.

Besluit

De Trevi-techniek werkt, zoveel hebben we na de demo in Maldegem (1999) nu ook in Eernegem met eigen ogen kunnen zien. De techniek op bedrijfsniveau kan grondgebonden varkensbedrijven toelaten te voldoen aan hun verwerkingsplicht. Alvast het probleem van de dunne fractie is volledig opgelost.

Het blijft intussen uitkijken of het milieuadvies en -technologie bedrijf even succesrijk zal blijken waar het de verwerking van de dikke fractie betreft.

Tolpe, weet inmiddels wat gedaan: zijn installatie uitbreiden, zijn restfractie beregenen en, met veel zin voor onafhankelijk ondernemerschap, verder vrolijk varkenshouden.

Dit verhaal is ongetwijfeld goed nieuws voor de sector.

____________________
  *     Lees ‘Effectieve verwerkingscapaciteit varkensmest moet dringend uitgebreid’ (Varkensbedrijf 6 - 2001, p. 6)
  **    Mestverwerking op bedrijfsniveau biedt perspectieven’ ( Varkensbedrijf 10 - 1999, p. 26)

 

- Franky De Letter, Milieu, augustus 2001 -