Beleid inzake afkoppeling en buffering van hemelwater

Jan Gruwez & Stefaan Deboosere (Milieutechnologie, 2000)


Inleiding

Bij het verlenen van bouwvergunningen legt de vergunningsverlenende overheid steeds vaker verplichtingen op met betrekking tot het afkoppelen van hemelwater. Vaak wordt daarbij geëist dat het hemelwater op eigen bedrijfsterrein moet worden gebufferd. Dit is enerzijds een preventieve maatregel tegen overstromingen, anderzijds een manier om het overstorten van ongezuiverd afvalwater in het oppervlaktewater te vermijden in die gebieden waar geen gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is. Deze verplichting vereist van de betrokken bedrijven een niet geringe financiële inspanning. In vele gevallen wordt deze investering echter deels gecompenseerd doordat het opgeslagen hemelwater kan worden aangewend als proceswater of voor sanitaire doeleinden.

Richtlijnen

Bedrijven die hun hoeveelheid verharde oppervlakte vergroten, worden tegenwoordig steeds vaker geconfronteerd met het afkoppelingsbeleid inzake hemelwater. De gemeente- en provinciebesturen passen immers meer en meer de richtlijnen toe uit een aantal recente omzendbrieven. Het betreft hier meer bepaald de omzendbrieven waarin preventieve maatregelen zijn opgenomen met betrekking tot de overstromingsproblematiek in het Vlaamse gewest, nl. :

Definities

Hemelwater wordt gedefinieerd als de verzamelnaam voor regen, sneeuw en hagel, met inbegrip van dooiwater. Het onderscheid tussen verontreinigd en niet verontreinigd hemelwater wordt niet nader toegelicht. Er wordt wel een definitie van verontreiniging opgegeven, nl. "het veroorzaken van een emissie die mens of milieu op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze nadelig beïnvloedt of kan beïnvloeden".

Afkoppelingsbeleid

In de meeste gevallen wordt door de vergunningsverlenende overheid opgelegd dat het hemelwater moet worden afgekoppeld van de openbare riolering en moet worden afgevoerd naar de kunstmatige afvoerwegen voor hemelwater. Zodoende wordt enkel nog het afvalwater afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) en niet langer een mengeling van afvalwater en hemelwater. Dit vermijdt dat via overstorten ongezuiverd afvalwater in het oppervlaktewater kan terechtkomen. De gescheiden afvoer zorgt er bovendien voor dat de RWZI’s geen sterk verdund afvalwater moeten verwerken bij hevige neerslag, wat tot op heden veelal het geval is.

Voortaan dienen bedrijven te bewijzen dat het technisch niet mogelijk of noodzakelijk is om hemelwater gescheiden van het afvalwater te lozen in een oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater. Zoniet is een gescheiden rioleringsnet een absolute verplichting.

Het afkoppelen van verharde oppervlakten dient ondermeer doorgevoerd te worden op de volgende tereinen:

Lozings- en bufferingsvoorwaarden

In de richtlijnen worden tevens een aantal voorwaarden vermeld waaraan moet worden voldaan om de kwantitatieve impact op het oppervlaktewater te beperken, afkomstig van grote verharde oppervlakten. Deze lozings- en bufferingsvoorwaarden worden opgelegd vanaf een minimale verharde oppervlakte van 1000 m². Het maximaal toegelaten lozingsdebiet dat per hectare verharde oppervlakte mag worden geloosd bedraagt 10 l/s.ha voor een terugkeerperiode van 2 jaar.

Concreet komt het erop neer dat het vereiste bufferingsvolume 100 m³/ha dient te bedragen teneinde een bui met een duur van 20 minuten en een terugkeerperiode van 2 jaar te kunnen bergen. In overstromingsgevoelige gebieden en op plaatsen waar een grote hoeveelheid verharde oppervlakte naar een kleine waterloop afwatert, kunnen de eisen voor de buffering van hemelwater verstrengd worden tot 200 m³/ha. De buffering kan op verschillende manieren worden ingepast, bijvoorbeeld als een open gracht of vijver, een regenput, een gesloten hemelwaterbekken,....

Voor wat betreft de kwaliteit van het hemelwater dat via een gescheiden rioleringsstelsel in oppervlaktewater wordt geloosd, zijn geen specifieke voorwaarden in Vlarem II opgenomen. Niettemin kunnen in de milieuvergunning specifieke maatregelen worden opgelegd, zoals bijvoorbeeld het voorzien van een koolwaterstoffenafscheider of het inrichten van het bufferingsvolume als een bezinkingsbekken.

Nuttige toepassingen van hemelwater

De verplichting om het hemelwater te bufferen resulteert voor de betrokken bedrijven uiteraard in een niet te verwaarlozen financiële inspanning. De noodzakelijke investering kan voor een aantal bedrijven echter relatief snel worden terugverdiend indien het opgeslagen hemelwater kan worden aangewend voor sanitaire doeleinden (bv. spoelen van toiletten) of als proceswater in productiezones waarvoor geen drinkwaterkwaliteit is vereist (bv. reinigingsactiviteiten, suppletie koeltorens,...).

In een aantal gevallen is naast een bufferbekken tevens een extra behandeling van het hemelwater vereist. Deze behandeling is afhankelijk van de gewenste waterkwaliteit maar beperkt zich meestal tot zandfiltratie, aktief koolfiltratie en/of desinfectie.

Vooral voor bedrijven met een hoog waterverbruik die kunnen overschakelen van stadswater naar hemelwater is de terugverdientijd van dergelijke investeringen klein. Voor bedrijven die momenteel nog gebruik kunnen maken van grondwater zal deze terugverdientijd echter beduidend hoger zijn.