Water | Biologische waterzuivering

Afdrukken

Biologische waterzuivering: verwijdering van organische vervuiling

Doel

Principe

In een biologische afvalwaterzuivering breken zuiverende micro-organismen de organische vervuiling in het afvalwater af. Hierbij verbruiken ze zuurstof die in het water gebracht wordt met beluchters. Tijdens het zuiveringsproces groeien de micro-organismen aan als slibvlokken (bioslib of actief slib). Deze slibvlokken worden nadien van het gezuiverde afvalwater gescheiden door bezinking of via membraanfiltratie.

Schema

Organische stoffen + O2 → CO2 + H2O + bioslib

Toepassingen

Biologische waterzuivering is geschikt voor de behandeling van afvalwaters met biologisch afbreekbare organische stoffen (BOD, COD). Tijdens het zuiveringsproces groeit het bioslib aan en neemt hierbij eveneens stikstof (N) en fosfor (P) uit het afvalwater op. Bij een overschot stikstof wordt de waterzuivering uitgebreid met biologische stikstofverwijdering. Een teveel aan fosfor wordt dan weer verwijderd door het doseren van een metaalzout.

Uitvoeringsmogelijkheden

Een biologische waterzuivering kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. De belangrijkste verschillen zitten in de scheiding tussen de slibvlokken en het gezuiverde water. In een continu systeem bezinken de slibvlokken in een nabezinker. In een sequential batch reactor (SBR) worden het beluchtingsproces en bezinkingsproces in dezelfde reactor uitgevoerd. In een membraanbioreactor (MBR) gebeurt de afscheiding door middel van membranen.

Realisatievoorbeeld

Beluchtingsbekken

Werkingskosten

Naast de zuiveringsinfrastructuur zijn er ook werkingskosten verbonden aan het biologisch zuiveren van afvalwater. De voornaamste werkingskosten zijn de energiekost voor de beluchting en de verwerking van het geproduceerde spuislib.

Aanpak van Trevi

Bij het ontwerp van een biologische waterzuivering hanteert Trevi een zeer energie-efficiënt fijnbellig beluchtingssysteem. Naast de reductie van de energiekost laat dit eveneens toe compacte waterzuiveringsstations met een uiterst lage slibproductie te bouwen.